K2 Blog

donderdag 09 mei 2019 14:53

Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is ook van toepassing op handelstransacties.

Geschreven door

Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van € 63,59 aan buitengerechtelijke incassokosten voor het innen van de huurtermijn voor een bedrijfsruimte. Volgens gedaagde heeft eiser niet voldaan aan de vereisten voor het in rekening mogen brengen van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter overweegt dat de huurovereenkomst na 1 juli 2012 is gesloten tussen een rechtspersoon en een natuurlijke persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Sprake is dus van een handelsovereenkomst waarop het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: Besluit BIK) van toepassing is. De uiterste dag van betaling was verstreken, zodat eiseres terecht het bedrag aan incassokosten overeenkomstig het Besluit BIK in rekening heeft gebracht. Eiseres heeft voldaan aan het vereiste ex art. 6:96 lid 4 BW dat de in rekening gebrachte kosten ten minste € 40 bedragen, zodat geen aanmaning hoefde te worden gestuurd. Eiseres hoeft niet aan te tonen dat zij daadwerkelijk incassokosten heeft gemaakt. Volgt toewijzing.


Partij(en)
Inzake
A International B.V., eisende partij, gemachtigde Bill Incasso B.V.,
tegen
Gedaagde partij, h.o.d.n. X, gedaagde partij, procederende in persoon.
Uitspraak
Kantonrechter:
(…)
2. De feiten
2.1.
Gedaagde partij huurt van eisende partij een kantoorunit in het business centrum Roermond. De maandelijks te betalen huurprijs bedraagt € 363 inclusief btw. Daarnaast is gedaagde partij maandelijks een bedrag van € 142,10 verschuldigd ter zake van contributie BC Roermond.
2.2.
Bij factuur van 3 juni 2016 met nummer INV0138 heeft eisende partij een bedrag van € 363 bij gedaagde partij in rekening gebracht.
2.3.
Bij factuur van 3 juni 2016 met nummer INV0139 heeft eisende partij een bedrag van € 142,10 bij gedaagde partij in rekening gebracht.
2.4.
Op 6 september 2016 heeft eisende partij een creditfactuur ad € 66,55 ten aanzien van de factuur met nummer 0139 opgesteld.
2.5.
Op 8 september 2016 ontvangt eisende partij een bedrag van € 438,55 van gedaagde partij.
3. Het geschil
3.1.
Eisende partij vordert — samengevat — veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 63,59, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Aan haar vordering legt eisende partij ten grondslag de door gedaagde partij te laat betaalde factuur met nummer INV0138. De huurprijs is conform huurovereenkomst bij vooruitbetaling verschuldigd vóór of op de eerste dag van de periode waarop de betalingen betrekking hebben. Gedaagde partij heeft de huurprijs eerst op 8 september 2016 voldaan.
3.3.
Gedaagde partij voert verweer en stelt zich op het standpunt dat eisende partij niet voldaan heeft aan de vereisten om buitengerechtelijke incassokosten in rekening te mogen brengen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.
Partijen zijn in geschil over de vraag of eisende partij gerechtigd was tot het in rekening brengen van incassokosten.
4.2.
De factuur met nummer INV0139 ad € 142,10 is na de creditfactuur van 6 september 2016 kennelijk juist en door gedaagde partij geaccepteerd, nu op 8 september 2016 betaling heeft plaatsgevonden. De factuur met nummer INV0139 is thans dan ook niet in geschil.
4.3.
Factuur INV0139 was in beginsel onjuist, waarover partijen hebben gecommuniceerd. Als gevolg hiervan heeft gedaagde partij de betaling van zowel de factuur met nummer INV0138 als die met nummer INV0139 achtergehouden. Eisende partij heeft gedaagde partij vervolgens op betaling aangesproken en buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. Naar het oordeel van de kantonrechter was gedaagde partij niet gerechtigd de betaling van de (juiste) factuur met nummer INV0138 achter te houden. Eisende partij heeft gedaagde partij dan ook terecht op betaling aangesproken.
4.4.
Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.
De overeenkomst die aan deze vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen een rechtspersoon en een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en is aldus aan te merken als een handelsovereenkomst. In geval van handelstransacties is een minimumbedrag van € 40 aan incassokosten verschuldigd, zonder dat er een aanmaning dient te worden verstuurd. Dit bedrag is verschuldigd zodra de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken. Een schuldeiser hoeft daarbij niet aan te tonen dat hij incassokosten heeft gemaakt. De normering van incassokosten zoals is uitgewerkt in het besluit geldt ook voor handelstransacties. Nu de uiterste dag van betaling van de factuur met nummer INV0138 is verstreken, immers diende de huur vóór of op de eerste te zijn voldaan, is gedaagde partij incassokosten verschuldigd. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
4.5.
De gevorderde rente zal worden toegewezen over een bedrag van € 63,59 vanaf 29 september 2016, daar voor toewijzing van rente over een hoger bedrag en vanaf een eerdere datum geen grondslag aanwezig is.
4.6.
Gedaagde partij vordert in reconventie betaling van gemaakte kosten. Deze vordering is niet aangemerkt als een vordering in reconventie als bedoeld in artikel 136 Rv, nu een proceskostenveroordeling standaard in een vonnis hoort.
4.7.
Het overige door gedaagde partij aangevoerde komt niet voor beoordeling in aanmerking nu dit geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige geschil en evenmin een vordering in reconventie op dit punt/deze punten is ingesteld.
4.8.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.
4.9.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kantonrechter ziet daarbij geen aanleiding om af te wijken van het gebruikelijke forfaitaire tarief. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

dagvaarding € 85,27

griffierecht € 117

salaris gemachtigde € 60 ( 2 x tarief € 30)
totaal € 262,27
4.10.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
Veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 63,59, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2016 tot aan de voldoening,
5.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 262,27,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
(In Hoge Raad 13 juni 2014, Prg. 2014/192 (prejudiciële vraag, ECLI:NL:HR:2014:1405) is uitgemaakt dat de schuldeiser al recht heeft op het forfait aan buitengerechtelijke kosten als bepaald in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, Stb. 2012, 141, enkel na het versturen van de zgn. veertiendagenbrief en bij uitblijven van betaling binnen de daarin gestelde periode. De verzending van de veertiendagenbrief is an sich gekwalificeerd als een incassohandeling, zodat geen verdere incassowerkzaamheden vereist zijn om tot vordering van de (uit de staffel in het BIK bepaalde) buitengerechtelijke kosten over te gaan. Van deze staffel kan niet ten nadele van de consument-schuldenaar worden afgeweken.
Voor bedrijven onderling (business to business) is dit wel regelend recht, maar in dat geval blijft het matigingsrecht ex art. 242 Rv toepasselijk, vgl. Kamerstukken I 2011/12, 32418, C, p. 7 en 12 (MvA). Komen bedrijven onderling en vooraf dus niets overeen, dan zijn zij aan het in de BIK-staffel bepaalde maximum van € 6.775 gebonden, terwijl het minimumbedrag van € 40 echter wel dwingend recht is, vgl. art. 6:96 lid 4 BW. Mogelijk zijn er in opgemelde kwestie sprake van aanvullende algemene voorwaarden over incassokosten. Het te laat betaalde bedrag is immers € 363 (factuur 0138), zodat ingevolge enkel de BIK-staffel daarover maximaal 15% zou zijn verschuldigd, zijnde € 54,45 in plaats van de gevorderde € 63,59 met rente en kosten. PJMR)

Gelezen: 323 keer Laatst aangepast op vrijdag 10 mei 2019 12:56

Over Steenbergen Incasso

Steenbergen Incasso is een onderdeel van
Steenbergen Advocaten B.V.

Loosterweg 4b
2215 TL  Voorhout
T: 0252 225253
F: 0252 227870
Kvk: 74462474
BTW: NL859910994B01

Op al onze diensten zijn de onze 'Werkwijze Incasso' en de Algemene Voorwaarden van Steenbergen Advocaten van toepassing.

Search